Feeds:
Berichten
Reacties

Karnak

On our third day we took a motor boat to the Karnak temple complex. Even at 9 o’clock in the morning, it was already quite hot for February. Here are some photos.

We took a look at Ramesses III’s barque chapel, and then we went into the open air museum. That area displays a lot of beautiful chapels and sculptures which have been found under the floors and inside the walls of the temple. Whenever new buildings were erected in the temple, older buildings were taken apart and their stones were re-used. During the restoration of the temple, these stones have been rediscovered and reassembled.

On a shaded bench under some palm trees we enjoyed the sweet strawberries and bananas we had bought in the morning. The oranges were more difficult to peel, because the knife we’d brought had been confiscated at the entrance to the temple. We wandered further into the centre of the temple and through the botanical garden reliefs towards the east.

I climbed a hill to get a look at the Ptah temple, which as far as I know is not open to the public due to restoration works. Then I walked further east towards the small chapel J, to see the relief of the seven Hathors, which looked pretty much the same as it did the last time I was there.

We walked along the sacred lake and had a drink at the ‘Coca Cola temple’. By then it was so hot, even in the Great Hypostyle Hall, that some of us decided it was time to go back to the hotel for a refreshing swim.

**************************************************

Op onze derde dag namen we een motorbootje naar het Karnak-tempelcomplex. Zelfs om 9 uur ’s morgens was het al behoorlijk heet voor februari. Hier zijn wat foto’s.

We bekeken de barkkapel van Ramses III en gingen toen naar het openluchtmuseum. Die plek toont een heleboel prachtige kapellen en sculpturen die onder de vloeren en binnenin de muren van de tempel gevonden zijn. Als er nieuwe gebouwen in de tempel werden opgericht, werden oudere gebouwen uit elkaar gehaald en werden de stenen hergebruikt. Tijdens de restauratie van de tempel zijn die stenen weer teruggevonden en opnieuw in elkaar gezet.

Op een bankje in de schaduw onder wat palmbomen genoten we van de zoete aardbeien en bananen die we die ochtend gekocht hadden. De sinaasappels waren moeilijk te pellen, omdat het mes dat we hadden meegebracht bij de ingang van de tempel in beslag genomen was. We wandelden verder naar het centrum van de tempel en door de botanische-tuinreliëfs naar de oostzijde.

Ik beklom een heuveltje om de Ptah-tempel te zien, die voorzover ik weet niet open is voor het publiek vanwege restauratiewerkzaamheden. Toen wandelde ik verder naar het oosten naar het kleine kapelletje J, om het reliëf van de zeven Hathoren te bekijken, dat er nog ongeveer hetzelfde uitzag als de laatste keer dat ik daar was.

We liepen langs het heilige meer en namen een drankje bij de ‘Coca-Cola-tempel’. Toen was het intussen zo heet, zelfs in de Grote Zuilenzaal, dat sommigen van ons besloten dat het tijd werd om terug te gaan naar het hotel voor een verfrissend bad in het zwembad.

Advertenties

In Luxor, I was pleased to notice that the roadworks and traffic signs I encountered looked very effective. Here are some photos.

There are traffic signs for handicapped parking (mostly near the expensive hotels), traffic signs that tell you not to honk your horn (although I wonder quite how effective these are), and even traffic signs that tell you on which side of the street not to park your calèche.

Roadworks appear to be well marked so that the traffic can pass by safely. The traffic police use movable gates to control the flow of traffic through check points. At traffic crossings, cars have to slow down a lot to get across the speed bumps. The ancient pavements in temples are being well restored with new paving slabs.

Of course, in other parts of the city, you have to walk carefully, because the pavements can be treacherously uneven, and sometimes difficult to see in the evenings. It’s not a bad idea to have a torch in your pocket.

The emergency exit, I’m pleased to report, has ‘suitable stairs’ according to the signage.

******************************

In Luxor merkte ik met vreugde dat de wegwerkzaamheden en verkeersborden die ik tegenkwam er heel effectief uitzagen. Hier zijn wat foto’s.

Er zijn verkeersborden voor gehandicaptenparkeerplaatsen (met name bij de dure hotels), verkeersborden die aangeven dat je niet mag toeteren (hoewel ik me afvraag hoe effectief die precies zijn), en zelfs verkeersborden die je vertellen aan welke kant van de straat je niet je calèche (koets) mag parkeren.

Verkeerswerkzaamheden zien er goed gemarkeerd uit, zodat het verkeer er veilig langs kan. De verkeerspolitie gebruikt verplaatsbare hekken om de doorstroming van het verkeer door de checkpoints te reguleren. Bij verkeerskruisingen moeten auto’s enorm afremmen om over de verkeersdrempels te komen. De antieke bestrating in tempels wordt mooi gerestaureerd met nieuwe vloertegels.

Natuurlijk moet je op andere plaatsen in de stad voorzichtig lopen, omdat de stoepen gevaarlijk ongelijk kunnen zijn, en bij avond soms moeilijk te zien. Het is geen slecht idee om een zaklantaarn bij je te hebben.

Over de nooduitgang kan ik verheugd melden dat hij volgens de bebording ‘geschikte trappen’ heeft.

Valley of the Kings

Pharaoh Merenptah greeting the god Ra-Horakhty

On our second day we went to visit the Valley of the Kings. With our Luxor Pass, we were planning to visit as many tombs as we possibly could, starting with the magnificent tomb of the pharaoh Seti I. We also bought a photo ticket, with which you can take photos in three tombs (not including Seti I).

As expected, Seti’s tomb did not disappoint us. We wandered along its impressive 120 metres for about an hour, amazed at the beautiful reliefs, paintings, drawings and unfinished draughts. After that, we walked on to some of the other available tombs. Ramesses V/VI, Seti II, Tawosret/Sethnakht, Siptah, Ramesses III, Merenptah. Here are some photos.

The valley was unseasonally hot for February (about 33 degrees C), which took some getting used to, after the cold winter weather we had left in Holland. My 1,5 litre bottle of water turned out to be not very much at all.  There were still some other Ramesside tombs left, but at about two o’clock we decided to throw in the towel and go for lunch. In the charming garden of the Marsam hotel we had a ‘light lunch’ of bread with baba ganoush, tahina, falafel, fried aubergine, soft feta and other dishes, and I drank another litre of water to cool myself down. Then we went back to the Nile Valley hotel where we were staying, for a very relaxing dip in the heated swimming pool.

***************************

Op onze tweede dag gingen we de Vallei der Koningen bezoeken. Met onze Luxor Pass waren we van plan zo veel graven te bezoeken als we konden, te beginnen met het fantastische graf van de farao Seti I. We kochten ook een fotokaartje, waarmee je in drie graven foto’s mag maken (behalve Seti I).

Zoals verwacht viel het graf van Seti ons niet tegen. We dwaalden ongeveer een uur rond in zijn indrukwekkende 120 meter, verrast door de prachtige reliëfs, schilderingen, tekeningen en onafgemaakte schetsen. Daarna liepen we door naar een aantal van de andere beschikbare graven. Ramses V/VI, Seti II, Tawosret/Sethnakht, Siptah, Ramses III, Merenptah. Hier zijn wat foto’s.

De vallei was uitzonderlijk heet voor februari (zo’n 33 graden C), waar we nogal aan moesten wennen na het koude winterweer dat we in Holland hadden achtergelaten. Mijn 1,5 literfles water bleek toch niet zo heel veel te zijn. Er waren nog steeds een paar Ramessidische graven over, maar om ongeveer twee uur besloten we de handdoek in de ring te gooien en te gaan lunchen. In de charmante tuin van het Marsam-hotel aten we een ‘light lunch’ van brood met baba ganoush, tahina, falafel, gefrituurde aubergine, zachte feta en andere gerechten, en ik dronk nog een liter water om mezelf af te koelen. Toen gingen we terug naar het Nile Valley hotel waar we logeerden, voor een rustgevend bad in het verwarmde zwembad.

Luxor Pass

I’ve been to Luxor with seven friends this February. On our first day in Egypt we went to buy a Luxor Pass. This is a pass that gives access to every archaeological site, museum and tomb in Luxor for five consecutive days.

There are several options. If you want to have the very exclusive option of visiting the tombs of Nefertari and Seti I, the current price is $ 160 (or $ 80 for students under 30). The pass for all the other sites, without Nefertari and Seti I, is half price at $ 80 (or $ 40 for students under 30). Apparently these amounts must be paid in dollars or euros.

Being Egyptologists, we went for the expensive option, which cost us € 150. The tombs of Nefertari and Seti I have not been open to the public for a long time and are well worth the visit. Here are a few virtual tours of interesting tombs in Luxor.

To purchase the pass, we went to an office located at the back of the Luxor Museum. This was a tiny office, about 2 x 2 metres, containing three desks and eight chairs. The seven of us were welcomed in by a man and two women. They collected our documentation (passport, passport copy, photo, student card) and our euros, and began to assemble everything. We explained that we wanted the validity of the pass to start the following day.

The copies were cut down to the right size by tearing them along the edge of a ruler. The passports and student cards were passed through the window to another office for some more copies. Our information was written on a pass, which was then cut out of the ticket book with scissors. Then our photo and documents were stapled to it, and every item was stamped.

Then we each got our passport, student card and Luxor Pass. We celebrated with a visit to Aboudy Bookshop and Aboudy Coffee Shop behind the Luxor Temple.

********************

Eerder in februari ben ik met zeven vrienden in Luxor geweest. Op onze eerste dag in Egypte gingen we een Luxor Pass kopen. Dat is een pas die toegang geeft tot elke archeologische site, museum en graf in Luxor, gedurende vijf opeenvolgende dagen.

Er zijn verschillende opties. Als je de exclusieve optie wilt om de graven van Nefertari en Seti I te bezoeken, dan is de huidige prijs $ 160 (of $ 80 voor studenten onder de 30). De pas voor alle andere plaatsen, behalve Nefertari en Seti I, kost de helft voor $ 80 (of $ 40 voor studenten onder de 30). Blijkbaar moeten deze bedragen in dollars of euro’s betaald worden.

Omdat we Egyptologen zijn, kozen wij voor de dure optie, die ons € 150 kostte. De graven van Nefertari en Seti I zijn heel lang niet voor het publiek open geweest en zijn erg de moeite van een bezoek waard. Hier zijn een paar virtuele tours van interessante graven in Luxor.

Om de pas aan te schaffen gingen we naar een kantoor dat tegen de achterkant van het Luxor Museum ligt. Dit was een heel klein kantoortje van ongeveer 2 x 2 meter, met daarin drie bureaus en acht stoelen. Wij werden met zijn zevenen verwelkomd door een man en twee vrouwen. Zij verzamelden onze documenten (paspoort, kopie paspoort, pasfoto, studentenkaart) en onze euro’s, en begonnen alles samen te stellen. We legden uit dat we wilden dat de geldigheid van de pas de volgende dag zou ingaan.

De kopieën werden op de juiste maat gebracht door ze langs de rand van een liniaal af te scheuren. De paspoorten en studentenkaarten werden via het raam doorgegeven naar een ander kantoor voor nog meer kopieën. Onze informatie werd op een pas geschreven, die daarna met een schaar uit het kaartenboekje werd geknipt. Daarna werden onze foto en documenten er aan geniet en werden alle onderdelen bestempeld.

Toen kregen we elk ons paspoort, onze studentenkaart en de Luxor Pass. We vierden dat met een bezoekje aan Aboudy Bookshop en Aboudy Coffee Shop achter de Luxortempel.

Happy New Year

img_4870

May your new year be as abundant as the offerings on this offering table from the Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, with 75 varieties of bread, cake, beer, wine, meat, poultry, figs, fruit, onions, sweets, salt, fresh water, incense, sacred oils, linen and eye paint.

Moge jouw nieuwe jaar zo overvloedig zijn als de offers op deze offertafel uit het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, met 75 soorten brood, gebak, bier, wijn, vlees, gevogelte, vijgen, fruit, uien, zoetigheden, zout, vers water, wierook, heilige oliën, linnen en oogschmink.

12512811_10103602701229745_1786167924761735559_naa

In 2009 I wrote my bachelor paper about ancient Egyptian letters to the dead.

In ancient Egypt, dead people were thought to live on as spirits in the afterlife. It was assumed that from there they could exert influence on other supernatural beings. The world was thought to be full of spirits and demons and gods and other supernatural beings, who could cause illnesses and other problems for humans. People would go to the tombs of their deceased relatives to bring them offerings and to ask them for help with these problems. Sometimes they would even write a letter to make sure the deceased got the message.

In one of the articles I studied (1) E.F. Wente described a letter to a deceased family member on the back of a stela from the First Intermediate Period. He had seen this stela in 1958 in an office in the Cairo Museum, while it was being approved for export by an antiquities dealer. Wente transcribed the text of the letter and published it in 1975. As he didn’t have a camera with him to take pictures, the transcription was all he had to work with. Nothing much was known about the other side of the object. The stela was then sold to a private collector, presumably in the United States.

The problem with objects being sold into private collections is that Egyptologists often don’t know that they even exist, or don’t know where they are and don’t get opportunities to study and publish them properly.

But the good news is that this stela has turned up again. My amazing fellow Egyptologist Amy Butner has just told me that it is now in the collection of the Michael C. Carlos Museum of Emory University in Atlanta, Georgia, where it has been since 2014. Here are some photos.

On http://www.academia.edu I’ve found an article about the stela (2) by E.S. Meltzer (2008). He writes that he rediscovered the letter while he was studying a stela acquired by the Harer Family Trust collection.

The stela was made for a lady named Nebetitef. On the front of the stela she is depicted in paint, holding an ankh in her right hand and lifting a lotus flower to her nose with her left hand.

Around her figure there is the following offering formula:

An offering which the king gives and [the gift of] Anubis, Lord of Sepa, [of] a goodly burial in the tomb, [for] the venerated one with Hathor, Nebetitef, born of Iutka.

An offering which the king gives through Osiris, Lord of Busiris, foremost of the westerners, Lord of Abydos. May he give offerings in the thousands of beer and bread and fowl.

On the back of the stela a letter has been written in ink. The letter was written by two men to the deceased lady Nebetitef. The first man, Merirtyfy, was probably her husband. The second man, Khuau, was her brother. Both men ask Nebetitef to fight on their behalf in the afterlife, against whatever supernatural beings were causing problems for them.

A communication by Merirtyfy to Nebetitef:

How are you? Is the west taking care of you [according to] your desire? Now since I am your beloved upon earth, fight on my behalf and intercede on behalf of my name. I did not garble [a spell] in your presence when I perpetuated your name upon earth. Remove the infirmity of my body! Please become a spirit for me [before] my eyes so that I may see you in a dream fighting on my behalf. I will then deposit offerings for you [as soon as] the sun has risen and will fill your offering table for you.

A communication by Khuau to his sister:

I have not garbled a spell in your presence, nor have I withdrawn offerings from you. Rather I have emptied out [for you my coffers]. Fight on my behalf and fight on behalf of my wife and children.

  1. E.F. Wente, ‘A misplaced letter to the dead’, Orientalia Lovaniensa Periodica 6/7 (Leuven 1975/76), 595-600.
  2. E.S. Meltzer, ‘The “misplaced letter to the dead,” and a stela, found again’, Presented at hte annual meeting of ARCE, Seattle, April 2008. https://www.academia.edu/9138477/The_Misplaced_Letter_to_the_Dead_and_a_Stela_Found_Again

*************************

Een zoekgeraakte brief teruggevonden

In 2009 schreef ik mijn bachelorscriptie over oud-Egyptische brieven aan doden.

In het oude Egypte werd geloofd dat doden voortleefden als geesten in het hiernamaals. Er werd aangenomen dat ze daarvandaan invloed konden uitoefenen op andere bovennatuurlijke wezens. Men ging ervan uit dat de wereld vol zat met geesten en demonen en goden en andere bovennatuurlijke wezens, die ziektes en andere problemen voor mensen konden veroorzaken. Mensen gingen naar de graven van hun overleden familie om hen offers te brengen en hun hulp te vragen bij deze problemen. Soms schreven ze zelfs een brief om er zeker van te zijn dat de boodschap bij de dode zou aankomen.

In één van de artikelen die ik bestudeerde (1) beschreef E.F. Wente een brief aan een gestorven familielid op de achterkant van een stèle uit de Eerste Tussenperiode. Hij had die stèle in 1958 gezien in een kantoor van het Cairo-museum, terwijl het werd goedgekeurd voor export door een antiquiteitenhandelaar. Wente transcribeerde de tekst van de brief en publiceerde die in 1975. Doordat hij geen camera bij zich had om foto’s te maken, was de transcriptie het enige waar hij mee kon werken. Over de andere kant van het object was niet veel bekend. De stèle is daarna verkocht aan een privé-collectie, waarschijnlijk in Amerika.

Het probleem met objecten die aan privé-collecties verkocht worden is dat Egyptologen vaak niet eens weten dat ze bestaan, of niet weten waar ze zijn en geen gelegenheid krijgen om ze te bestuderen en fatsoenlijk te publiceren.

Maar het goede nieuws is dat deze stèle weer tevoorschijn is gekomen. Mijn geweldige mede-Egyptologe Amy Butner heeft me net verteld dat hij zich nu bevindt in de collectie van het Michael C. Carlos-museum van de Emory-universiteit in Atlanta, Georgia, waar hij sinds 2014 is. Hier zijn wat foto’s.

Op http://www.academia.edu heb ik een artikel over deze stèle (2) gevonden van E.S. Meltzer (2008). Hij schrijft dat hij de brief terugvond toen hij een stèle bestudeerde die was aangekocht door de Harer Family Trust-collectie.

De stèle was gemaakt voor een dame die Nebetitef heette. Op de voorkant van de stèle is zij afgebeeld in verf, terwijl ze in haar rechterhand een ankh vasthoudt, en met haar linkerhand een lotusbloem naar haar neus brengt.

Rond haar afbeelding staat de volgende offerformule:

Een offer dat de koning geeft en [de gift van] Anubis, heer van Sepa, [van] een goede begrafenis in het graf, [voor] de geëerde bij Hathor, Nebetitef, geboren uit Iutka.

Een offer dat de koning geeft door Osiris, heer van Busiris, voorste van de westerlingen, heer van Abydos. Moge hij offers geven bestaand uit duizendtallen van bier, brood en gevogelte.

Op de achterkant van de stèle is in inkt een brief geschreven. De brief is door twee mannen geschreven aan de overleden dame Nebetitef. De eerste man, Merirtyfy, was waarschijnlijk haar echtgenoot. De tweede man, Khuau, was haar broer. Beide mannen vragen Nebetitef om voor hun belangen te vechten in het hiernamaals, tegen welke bovennatuurlijke wezens dan ook die problemen voor hen hadden veroorzaakt.

Een bericht van Merirtyfy aan Nebetitef:

Hoe gaat het met jou? Zorgt het westen goed voor jou [volgens] jouw wensen? Nu, omdat ik jouw geliefde op aarde ben, vecht voor mijn belang en oefen invloed uit voor mijn naam. Ik heb geen spreuk verkeerd uitgesproken in jouw aanwezigheid terwijl ik je naam op aarde deed voortleven. Verwijder de ziekte uit mijn lichaam! Word alsjeblieft een geest voor mij [voor] mijn ogen, zodat ik je moge zien in een droom terwijl je voor mijn belang vecht. Ik zal dan offers voor je brengen [zodra] de zon is opgekomen en ik zal je offertafel voor je vullen.

Een bericht van Khuau aan zijn zuster:

Ik heb geen spreuk verkeerd uitgesproken in jouw aanwezigheid, noch heb ik offers van je weggenomen. In tegendeel, ik heb [voor jou mijn voorraden] geleegd. Vecht voor mijn belang en vecht voor mijn vrouw en kinderen.

  1. E.F. Wente, ‘A misplaced letter to the dead’, Orientalia Lovaniensa Periodica 6/7 (Leuven 1975/76), 595-600.
  2. E.S. Meltzer, ‘The “misplaced letter to the dead,” and a stela, found again’, Presented at hte annual meeting of ARCE, Seattle, April 2008. https://www.academia.edu/9138477/The_Misplaced_Letter_to_the_Dead_and_a_Stela_Found_Again

chevrier ab

And here is the other special topic I came to Karnak to explore: Let me present to you what remains of the Seven Hathors in Karnak. Here are some of my photos.

This group is not depicted in the main temple of Karnak, but in the very small chapel J in the north east corner of the complex, to the west of the Osiris chapel. The chapel is usually referred to as the chapel of Osiris wp išd, because that text has been discovered inside it. Redford (1986) has identified this chapel as the ‘temple of Isis of the Great Mound’, which was built by Hory, who was a priest of Amun around the time of Osorkon II (22nd dyn.) and Takelot II and Pedubast I (early 23rd dyn). Of this chapel only a few rows of blocks remain, and only a few pieces of relief, which are not in the best condition. But the very interesting thing is that one of these reliefs depicts the seven Hathors.

The Hathors were said to appear at the birth of a child in order to foretell its fate. In fairy tales this fate could be either good or bad. In a temple context the Hathors come to foretell the fate of a god or a king. In such cases their predictions are always positive, because that fits into the ideology of the temple. They are accompanied by music and singing and dancing.

The first Hathor is shown playing two sistra, and the ladies behind her, as far as they are still visible, are playing tambourines. There are a few captions left, which identify them as Hathors from different sanctuaries. The second lady is called Hathor, lady of Heracleopolis Magna, the fourth is called Hathor, lady of the Southern Sycomore, the fifth is called Hathor, lady of the Red Lake and the sixth is called Hathor, lady of Es-Siririya. The names of the other ladies are lost.

Before the Hathors stands a priest wearing a leopard skin and carrying a Horus falcon on a standard. Opposite this group is a baboon, of which only the lower half is visible, and behind the baboon there is a male figure which is too damaged to be identified. This is where the piece of incised stone ends, but there seems to be enough space on the wall for there to have been another figure behind him. It is likely that the Hathors are playing their music for a god. Since the relief is in Karnak and the Hathors are usually associated with childbirth, a likely candidate would be Khonsu, the child of the Theban gods Amun and his wife Mut. Khonsu can sometimes be depicted as a baboon.

According to Redford this is the ‘temple of Isis of the Great Mound’, which was associated with the burial place of Osiris. In a text describing that building, it is called the msxn.t (birth place?) of Atum and the island of Re at the beginning, where Amun passes by (in proces­sion) in his feast of the first of šmw, which appears to have had solar and Osirian connections. That may suggest a variety of other child gods.

 

This little chapel, consisting of only two rooms, was excavated and restored in 1950. The 1951 publications by Chevrier and Leclant show photos of a reasonably well-preserved relief.

Philippe Gossaert went to Karnak in 2012 and published some new photos on the web forum Per Kemet (www.perkemet.be). These show that one of the top blocks, showing the upper halves of the second, third and fourth Hathor, is now missing.

I went to Karnak last week, and I can confirm that this block is still missing. I took a walk around the chapel and had a good look at the blocks in the vicinity, but I couldn’t find anything like the block in the photos. Is it still somewhere in the Karnak precinct? If so, who moved it, and why?

Furthermore, at first glance it seemed that the block to the right of it, with the remaining tops of the fifth, sixth and seventh Hathor was now also missing. Then, to my relief, I noticed that this block is now lying on the floor in front of the wall, upside down, and propped up on a couple of pieces of concrete. So it’s not exactly where it’s supposed to be, but at least it still exists. And who knows, at some point someone may take the trouble of restoring it to its place on the wall …

 

Literature

  • Chevrier, H., ‘Rapport sur les Travaux de Karnak, 1950-1951’, ASAE 51 (1951) 554, pl. II.1.
  • Guglielmi, W., Die Göttin Mr.t. Entstehung und Verehrung einer Personifikation (Leiden – New York – Copenhagen – Cologne 1991) 95 note 218.
  • Leclant, J., ‘Fouilles ets travaux en Égypte 1950-1951’, Orientalia, Nova Series 20 (1951) 463, pl. 53 [15].
  • http://www.perkemet.be/viewtopic.php?f=12&t=2741
  • Porter, B, R.L.B. Moss, Topographical Bibliography of ancient Egyptian hieroglyphic texts, reliefs, and paintings II, Theban Temples (Oxford 1972) 204 (7). The depiction of the seven Hathors is not on wall 7 but on wall 6 of the plan in Porter & Moss.
  • Redford, D.B., ‘New Light on Temple J at Karnak’, Orientalia 55 (1986) 1-15.
  • Rochholz, M., Schöpfung, Feindvernichtung, Regeneration. Untersuchung zum Symbolgehalt der machtgeladenen Zahl 7 im alten Ägypten (Wiesbaden 2002) 72 (Doc 39).

 

**************************************************

De Zeven Hathoren van Karnak

En hier is het andere speciale onderwerp dat ik in Karnak kwam onderzoeken. Laat me de resten presenteren van de Zeven Hathoren in Karnak. Hier zijn een aantal van mijn foto’s.

Deze groep is niet afgebeeld in de hoofdtempel van Karnak, maar in het kleine kapelletje J in de noordoosthoek van het complex, ten westen van de Osiriskapel. De kapel wordt meestal de kapel van Osiris wp išd genoemd, omdat die tekst erin aangetroffen is. Redford (1986) heeft dit kapelletje geïdentificeerd als de ‘tempel van Isis van de Grote Heuvel’ die gebouwd werd door Hory, een priester van Amon rond de tijd van Osorkon II (22e dynastie) en Takelot II en Pedubastis I (vroege 23e dynastie). Van het kapelletje zijn nog maar een paar rijen blokken over, en nog maar een paar stukjes reliëf, die niet in een goede staat zijn. Maar het zeer interessante ding is dat één van die reliëfs de zeven Hathoren afbeeldt.

Van de Hathoren werd gezegd dat ze verschenen bij de geboorte van een kind, om diens lot te voorspellen. In sprookjes kon dit lot zowel goed als slecht zijn. In een tempelcontext komen de Hathoren om het lot van een god of koning te voorspellen. In zulke gevallen zijn hun voorspellingen altijd positief, omdat dat past binnen de ideologie van de tempel. Ze worden begeleid door muziek en zang en dans.

De eerste Hathor is afgebeeld met twee sistra, en de dames achter haar, voor zover ze nog zichtbaar zijn, spelen tamboerijn. Er zijn een paar bijschriften bewaard gebleven, die hen identificeren als Hathoren van verschillende heiligdommen. De tweede dame heet Hathor, meesteres van Heracleopolis Magna, de vierde heet Hathor, meesteres van de Zuidelijke Sycomore, de vijfde heet Hathor, meesteres van het Rode Meer en de zesde heet Hathor, meesteres van Es-Siririya. De namen van de andere dames zijn verloren gegaan.

Voor de Hathoren staat een priester in een luipaardvel die een Horusvalk op een standaard draagt. Tegenover deze groep staat een baviaan, waarvan alleen de onderste helft zichtbaar is, en achter de baviaan staat een mannelijke figuur die te beschadigd is voor identificatie. Dit is waar het stuk bewerkte steen eindigt, maar er lijkt op de muur genoeg ruimte te zijn voor nog een figuur er achter. Het is waarschijnlijk dat de Hathoren hun muziek spelen voor een god. Omdat het reliëf in Karnak is en de Hathoren meestal geassocieerd zijn met geboorte, zou Chonsoe een logische kandidaat zijn, als kind van de Thebaanse goden Amon en zijn vrouw Moet. Chonsoe kan soms afgebeeld worden als een baviaan.

Volgens Redford is dit de ‘tempel van Isis van de Grote Heuvel’, die werd geassocieerd met de begraafplaats van Osiris. In een tekst over dat gebouw wordt het omschreven als de msxn.t (geboorteplaats?) van Atoem en het eiland van Re bij het begin, waar Amon voorbijgaat (in processie) bij zijn feest van de eerste (dag) van šmw, dat connecties schijnt te hebben gehad met de zon en met Osiris. Dat zou nog een aantal andere kindgoden kunnen suggereren.

 

Dit kleine kapelletje, dat uit slechts twee ruimtes bestaat, is in 1950 opgegraven en gerestaureerd. In de publicaties uit 1951 van Chevrier en Leclant staan foto’s van een redelijk goed bewaard gebleven reliëf.

Philippe Gossaert is in 2012 in Karnak geweest en heeft nieuwe foto’s gepubliceerd op het webforum Per Kemet (www.perkemet.be). Die laten zien dat één van de bovenste blokken, dat de bovenste helft afbeeldt van de tweede, derde en vierde Hathor, nu ontbreekt.

Ik ben vorige week naar Karnak geweest, en ik kan bevestigen dat dit blok nog steeds ontbreekt. Ik heb een wandelingetje om het kapelletje gemaakt en goed gekeken naar de blokken die in de buurt liggen, maar ik kon niets vinden dat lijkt op het blok op de foto’s. Is het nog ergens in het Karnak-complex? En zo ja, wie heeft het verplaatst, en waarom?

Daarnaast leek het er op het eerste gezicht even op dat het blok daar rechts van, met de resterende bovenhelften van de vijfde, zesde en zevende Hathoren, ook zoek was. Toen zag ik tot mijn opluchting dat dit blok nu op de grond voor de muur ligt, ondersteboven, en uitgestald op een paar stukken beton. Dus het is niet helemaal waar het zou moeten zijn, maar in elk geval bestaat het nog. En wie weet, misschien gaat iemand ooit nog eens de moeite nemen om het terug te plaatsen waar het thuishoort op de muur.

 

Literatuur

  • Chevrier, H., ‘Rapport sur les Travaux de Karnak, 1950-1951’, ASAE 51 (1951) 554, pl. II.1.
  • Guglielmi, W., Die Göttin Mr.t. Entstehung und Verehrung einer Personifikation (Leiden – New York – Copenhagen – Cologne 1991) 95 note 218.
  • Leclant, J., ‘Fouilles ets travaux en Égypte 1950-1951’, Orientalia, Nova Series 20 (1951) 463, pl. 53 [15].
  • http://www.perkemet.be/viewtopic.php?f=12&t=2741
  • Porter, B, R.L.B. Moss, Topographical Bibliography of ancient Egyptian hieroglyphic texts, reliefs, and paintings II, Theban Temples (Oxford 1972) 204 (7). The depiction of the seven Hathors is not on wall 7 but on wall 6 of the plan in Porter & Moss.
  • Redford, D.B., ‘New Light on Temple J at Karnak’, Orientalia 55 (1986) 1-15.
  • Rochholz, M., Schöpfung, Feindvernichtung, Regeneration. Untersuchung zum Symbolgehalt der machtgeladenen Zahl 7 im alten Ägypten (Wiesbaden 2002) 72 (Doc 39).