Feeds:
Berichten
Reacties

On February 11 this year, after visiting the temple of Medinet Habu, went on a small adventure to find a hidden gem. Quite close to the entrance of Medinet Habu, just a little further along the road, hidden between the houses, lies the tiny temple of Qasr el-Aguz. This temple was built during the reign of Ptolemy VIII and was dedicated to the ibis-headed god Thoth.

I knew about this temple because I came across it when I was writing my first year thesis about Amenhotep, son of Hapu. Amenhotep, son of Hapu was a high official during the reign of Amenhotep III, and was the architect of the king’s funerary temple with its huge Memnon colosses. He also had quite a large funerary temple built for himself. A long time after his death, he was venerated as a local saint with healing powers, alongside Imhotep, the famous architect of the Djoser step pyramid. During the Ptolemaic Period, Imhotep and Amenhotep, son of Hapu were venerated in various places along the West Bank of Luxor, from Medinet Habu to Deir el-Bahri. Graffiti show that many people came there to pray for healing. Both saints were also depicted in the temple of Qasr el-Aguz.

Apparently there is no official ticket for this monument, but I was told that it is possible to find a man with a key who will let visitors in. So we walked some 200 metres along the road past Medinet Habu in the direction of Malqata and found a small temple wall behind an iron gate. A local boy offered to go and find the man with the key, and he let us have a look around. The temple is quite small, consisting of only a few rooms. The decoration consists partly of reliëfs, partly of paintings, which appear to be half-finished in some places, but it has been recently restored.

Here are some of my photos. And more information about this temple can be found here and here.

**************************************

Op 11 februari van dit jaar gingen we, na een bezoek aan de tempel van Medinet Habu, op een klein avontuur op zoek naar een verborgen juweeltje. Vrij dicht bij de ingang van Medinet Habu, een stukje verder langs de weg, verborgen tussen de huizen, ligt het mini-tempeltje van Qasr el-Aguz. Dit tempeltje is gebouwd tijdens de regering van Ptolemaeüs VIII en was gewijd aan de ibiskoppige god Thot.

Ik wist van het bestaan van dit tempeltje omdat ik het was tegengekomen toen ik mijn eerstejaars-scriptie aan het schrijven was over Amenhotep, zoon van Hapoe. Amenhotep, zoon van Hapoe was een hoge ambtenaar tijdens de regering van Amenhotep III, en was de architect van ’s konings dodentempel met de gigantische Memnon-kolossen. Hij liet ook voor zichzelf een behoorlijk grote dodentempel bouwen. Lang na zijn dood werd hij vereerd als een plaatselijke heilige met genezende krachten, samen met Imhotep, de beroemde architect van de trappenpiramide van Djoser. Tijdens de Ptolemaeïsche Tijd werden Imhotep en Amenhotep, zoon van Hapoe vereerd op verschillende plaatsen op de westelijke oever van Luxor, van Medinet Haboe tot Deir el-Bahri. Graffiti tonen aan dat veel mensen daarheen kwamen om te bidden voor genezing. De beide heiligen zijn ook in het tempeltje van Qasr el-Aguz afgebeeld.

Blijkbaar is er geen officieel toegangskaartje voor dit monument, maar ik hoorde dat het mogelijk is om een man te vinden met een sleutel die bezoekers binnenlaat. Dus liepen we ongeveer 200 meter langs de weg voorbij Medinet Haboe in de richting van Malqata en daar vonden we een kleine tempelmuur achter een ijzeren hek. Een plaatselijk jongetje bood aan om de man met de sleutel te gaan halen, en die liet ons rondkijken. Het tempeltje is vrij klein, en bestaat maar uit een paar kamertjes. De decoratie bestaat deels uit reliëf en deels uit schilderingen, die op sommige plaatsen half afgemaakt lijken te zijn, maar is recent gerestaureerd.

Hier zijn een paar van mijn foto’s. En meer informatie over dit tempeltje vind je hier en hier.

Karnak

On our third day we took a motor boat to the Karnak temple complex. Even at 9 o’clock in the morning, it was already quite hot for February. Here are some photos.

We took a look at Ramesses III’s barque chapel, and then we went into the open air museum. That area displays a lot of beautiful chapels and sculptures which have been found under the floors and inside the walls of the temple. Whenever new buildings were erected in the temple, older buildings were taken apart and their stones were re-used. During the restoration of the temple, these stones have been rediscovered and reassembled.

On a shaded bench under some palm trees we enjoyed the sweet strawberries and bananas we had bought in the morning. The oranges were more difficult to peel, because the knife we’d brought had been confiscated at the entrance to the temple. We wandered further into the centre of the temple and through the botanical garden reliefs towards the east.

I climbed a hill to get a look at the Ptah temple, which as far as I know is not open to the public due to restoration works. Then I walked further east towards the small chapel J, to see the relief of the seven Hathors, which looked pretty much the same as it did the last time I was there.

We walked along the sacred lake and had a drink at the ‘Coca Cola temple’. By then it was so hot, even in the Great Hypostyle Hall, that some of us decided it was time to go back to the hotel for a refreshing swim.

**************************************************

Op onze derde dag namen we een motorbootje naar het Karnak-tempelcomplex. Zelfs om 9 uur ’s morgens was het al behoorlijk heet voor februari. Hier zijn wat foto’s.

We bekeken de barkkapel van Ramses III en gingen toen naar het openluchtmuseum. Die plek toont een heleboel prachtige kapellen en sculpturen die onder de vloeren en binnenin de muren van de tempel gevonden zijn. Als er nieuwe gebouwen in de tempel werden opgericht, werden oudere gebouwen uit elkaar gehaald en werden de stenen hergebruikt. Tijdens de restauratie van de tempel zijn die stenen weer teruggevonden en opnieuw in elkaar gezet.

Op een bankje in de schaduw onder wat palmbomen genoten we van de zoete aardbeien en bananen die we die ochtend gekocht hadden. De sinaasappels waren moeilijk te pellen, omdat het mes dat we hadden meegebracht bij de ingang van de tempel in beslag genomen was. We wandelden verder naar het centrum van de tempel en door de botanische-tuinreliëfs naar de oostzijde.

Ik beklom een heuveltje om de Ptah-tempel te zien, die voorzover ik weet niet open is voor het publiek vanwege restauratiewerkzaamheden. Toen wandelde ik verder naar het oosten naar het kleine kapelletje J, om het reliëf van de zeven Hathoren te bekijken, dat er nog ongeveer hetzelfde uitzag als de laatste keer dat ik daar was.

We liepen langs het heilige meer en namen een drankje bij de ‘Coca-Cola-tempel’. Toen was het intussen zo heet, zelfs in de Grote Zuilenzaal, dat sommigen van ons besloten dat het tijd werd om terug te gaan naar het hotel voor een verfrissend bad in het zwembad.

In Luxor, I was pleased to notice that the roadworks and traffic signs I encountered looked very effective. Here are some photos.

There are traffic signs for handicapped parking (mostly near the expensive hotels), traffic signs that tell you not to honk your horn (although I wonder quite how effective these are), and even traffic signs that tell you on which side of the street not to park your calèche.

Roadworks appear to be well marked so that the traffic can pass by safely. The traffic police use movable gates to control the flow of traffic through check points. At traffic crossings, cars have to slow down a lot to get across the speed bumps. The ancient pavements in temples are being well restored with new paving slabs.

Of course, in other parts of the city, you have to walk carefully, because the pavements can be treacherously uneven, and sometimes difficult to see in the evenings. It’s not a bad idea to have a torch in your pocket.

The emergency exit, I’m pleased to report, has ‘suitable stairs’ according to the signage.

******************************

In Luxor merkte ik met vreugde dat de wegwerkzaamheden en verkeersborden die ik tegenkwam er heel effectief uitzagen. Hier zijn wat foto’s.

Er zijn verkeersborden voor gehandicaptenparkeerplaatsen (met name bij de dure hotels), verkeersborden die aangeven dat je niet mag toeteren (hoewel ik me afvraag hoe effectief die precies zijn), en zelfs verkeersborden die je vertellen aan welke kant van de straat je niet je calèche (koets) mag parkeren.

Verkeerswerkzaamheden zien er goed gemarkeerd uit, zodat het verkeer er veilig langs kan. De verkeerspolitie gebruikt verplaatsbare hekken om de doorstroming van het verkeer door de checkpoints te reguleren. Bij verkeerskruisingen moeten auto’s enorm afremmen om over de verkeersdrempels te komen. De antieke bestrating in tempels wordt mooi gerestaureerd met nieuwe vloertegels.

Natuurlijk moet je op andere plaatsen in de stad voorzichtig lopen, omdat de stoepen gevaarlijk ongelijk kunnen zijn, en bij avond soms moeilijk te zien. Het is geen slecht idee om een zaklantaarn bij je te hebben.

Over de nooduitgang kan ik verheugd melden dat hij volgens de bebording ‘geschikte trappen’ heeft.

Valley of the Kings

Pharaoh Merenptah greeting the god Ra-Horakhty

On our second day we went to visit the Valley of the Kings. With our Luxor Pass, we were planning to visit as many tombs as we possibly could, starting with the magnificent tomb of the pharaoh Seti I. We also bought a photo ticket, with which you can take photos in three tombs (not including Seti I).

As expected, Seti’s tomb did not disappoint us. We wandered along its impressive 120 metres for about an hour, amazed at the beautiful reliefs, paintings, drawings and unfinished draughts. After that, we walked on to some of the other available tombs. Ramesses V/VI, Seti II, Tawosret/Sethnakht, Siptah, Ramesses III, Merenptah. Here are some photos.

The valley was unseasonally hot for February (about 33 degrees C), which took some getting used to, after the cold winter weather we had left in Holland. My 1,5 litre bottle of water turned out to be not very much at all.  There were still some other Ramesside tombs left, but at about two o’clock we decided to throw in the towel and go for lunch. In the charming garden of the Marsam hotel we had a ‘light lunch’ of bread with baba ganoush, tahina, falafel, fried aubergine, soft feta and other dishes, and I drank another litre of water to cool myself down. Then we went back to the Nile Valley hotel where we were staying, for a very relaxing dip in the heated swimming pool.

***************************

Op onze tweede dag gingen we de Vallei der Koningen bezoeken. Met onze Luxor Pass waren we van plan zo veel graven te bezoeken als we konden, te beginnen met het fantastische graf van de farao Seti I. We kochten ook een fotokaartje, waarmee je in drie graven foto’s mag maken (behalve Seti I).

Zoals verwacht viel het graf van Seti ons niet tegen. We dwaalden ongeveer een uur rond in zijn indrukwekkende 120 meter, verrast door de prachtige reliëfs, schilderingen, tekeningen en onafgemaakte schetsen. Daarna liepen we door naar een aantal van de andere beschikbare graven. Ramses V/VI, Seti II, Tawosret/Sethnakht, Siptah, Ramses III, Merenptah. Hier zijn wat foto’s.

De vallei was uitzonderlijk heet voor februari (zo’n 33 graden C), waar we nogal aan moesten wennen na het koude winterweer dat we in Holland hadden achtergelaten. Mijn 1,5 literfles water bleek toch niet zo heel veel te zijn. Er waren nog steeds een paar Ramessidische graven over, maar om ongeveer twee uur besloten we de handdoek in de ring te gooien en te gaan lunchen. In de charmante tuin van het Marsam-hotel aten we een ‘light lunch’ van brood met baba ganoush, tahina, falafel, gefrituurde aubergine, zachte feta en andere gerechten, en ik dronk nog een liter water om mezelf af te koelen. Toen gingen we terug naar het Nile Valley hotel waar we logeerden, voor een rustgevend bad in het verwarmde zwembad.

Luxor Pass

Update (November 4, 2018):

The Luxor Pass is now available from the Karnak ticket office and the prices have been increased to $ 200 for the complete option (half price for students) and $ 100 for the option without Nefertari and Seti I (half price for students).

***************************

February 2018:

I’ve been to Luxor with seven friends this February. On our first day in Egypt we went to buy a Luxor Pass. This is a pass that gives access to every archaeological site, museum and tomb in Luxor for five consecutive days.

There are several options. If you want to have the very exclusive option of visiting the tombs of Nefertari and Seti I, the current price is $ 160 (or $ 80 for students under 30). The pass for all the other sites, without Nefertari and Seti I, is half price at $ 80 (or $ 40 for students under 30). Apparently these amounts must be paid in dollars or euros.

Being Egyptologists, we went for the expensive option, which cost us € 150. The tombs of Nefertari and Seti I have not been open to the public for a long time and are well worth the visit. Here are a few virtual tours of interesting tombs in Luxor.

To purchase the pass, we went to an office located at the back of the Luxor Museum. This was a tiny office, about 2 x 2 metres, containing three desks and eight chairs. The seven of us were welcomed in by a man and two women. They collected our documentation (passport, passport copy, photo, student card) and our euros, and began to assemble everything. We explained that we wanted the validity of the pass to start the following day.

The copies were cut down to the right size by tearing them along the edge of a ruler. The passports and student cards were passed through the window to another office for some more copies. Our information was written on a pass, which was then cut out of the ticket book with scissors. Then our photo and documents were stapled to it, and every item was stamped.

Then we each got our passport, student card and Luxor Pass. We celebrated with a visit to Aboudy Bookshop and Aboudy Coffee Shop behind the Luxor Temple.

********************

Eerder in februari ben ik met zeven vrienden in Luxor geweest. Op onze eerste dag in Egypte gingen we een Luxor Pass kopen. Dat is een pas die toegang geeft tot elke archeologische site, museum en graf in Luxor, gedurende vijf opeenvolgende dagen.

Er zijn verschillende opties. Als je de exclusieve optie wilt om de graven van Nefertari en Seti I te bezoeken, dan is de huidige prijs $ 160 (of $ 80 voor studenten onder de 30). De pas voor alle andere plaatsen, behalve Nefertari en Seti I, kost de helft voor $ 80 (of $ 40 voor studenten onder de 30). Blijkbaar moeten deze bedragen in dollars of euro’s betaald worden.

Omdat we Egyptologen zijn, kozen wij voor de dure optie, die ons € 150 kostte. De graven van Nefertari en Seti I zijn heel lang niet voor het publiek open geweest en zijn erg de moeite van een bezoek waard. Hier zijn een paar virtuele tours van interessante graven in Luxor.

Om de pas aan te schaffen gingen we naar een kantoor dat tegen de achterkant van het Luxor Museum ligt. Dit was een heel klein kantoortje van ongeveer 2 x 2 meter, met daarin drie bureaus en acht stoelen. Wij werden met zijn zevenen verwelkomd door een man en twee vrouwen. Zij verzamelden onze documenten (paspoort, kopie paspoort, pasfoto, studentenkaart) en onze euro’s, en begonnen alles samen te stellen. We legden uit dat we wilden dat de geldigheid van de pas de volgende dag zou ingaan.

De kopieën werden op de juiste maat gebracht door ze langs de rand van een liniaal af te scheuren. De paspoorten en studentenkaarten werden via het raam doorgegeven naar een ander kantoor voor nog meer kopieën. Onze informatie werd op een pas geschreven, die daarna met een schaar uit het kaartenboekje werd geknipt. Daarna werden onze foto en documenten er aan geniet en werden alle onderdelen bestempeld.

Toen kregen we elk ons paspoort, onze studentenkaart en de Luxor Pass. We vierden dat met een bezoekje aan Aboudy Bookshop en Aboudy Coffee Shop achter de Luxortempel.

Happy New Year

img_4870

May your new year be as abundant as the offerings on this offering table from the Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, with 75 varieties of bread, cake, beer, wine, meat, poultry, figs, fruit, onions, sweets, salt, fresh water, incense, sacred oils, linen and eye paint.

Moge jouw nieuwe jaar zo overvloedig zijn als de offers op deze offertafel uit het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, met 75 soorten brood, gebak, bier, wijn, vlees, gevogelte, vijgen, fruit, uien, zoetigheden, zout, vers water, wierook, heilige oliën, linnen en oogschmink.

12512811_10103602701229745_1786167924761735559_naa

In 2009 I wrote my bachelor paper about ancient Egyptian letters to the dead.

In ancient Egypt, dead people were thought to live on as spirits in the afterlife. It was assumed that from there they could exert influence on other supernatural beings. The world was thought to be full of spirits and demons and gods and other supernatural beings, who could cause illnesses and other problems for humans. People would go to the tombs of their deceased relatives to bring them offerings and to ask them for help with these problems. Sometimes they would even write a letter to make sure the deceased got the message.

In one of the articles I studied (1) E.F. Wente described a letter to a deceased family member on the back of a stela from the First Intermediate Period. He had seen this stela in 1958 in an office in the Cairo Museum, while it was being approved for export by an antiquities dealer. Wente transcribed the text of the letter and published it in 1975. As he didn’t have a camera with him to take pictures, the transcription was all he had to work with. Nothing much was known about the other side of the object. The stela was then sold to a private collector, presumably in the United States.

The problem with objects being sold into private collections is that Egyptologists often don’t know that they even exist, or don’t know where they are and don’t get opportunities to study and publish them properly.

But the good news is that this stela has turned up again. My amazing fellow Egyptologist Amy Butner has just told me that it is now in the collection of the Michael C. Carlos Museum of Emory University in Atlanta, Georgia, where it has been since 2014. Here are some photos.

On http://www.academia.edu I’ve found an article about the stela (2) by E.S. Meltzer (2008). He writes that he rediscovered the letter while he was studying a stela acquired by the Harer Family Trust collection.

The stela was made for a lady named Nebetitef. On the front of the stela she is depicted in paint, holding an ankh in her right hand and lifting a lotus flower to her nose with her left hand.

Around her figure there is the following offering formula:

An offering which the king gives and [the gift of] Anubis, Lord of Sepa, [of] a goodly burial in the tomb, [for] the venerated one with Hathor, Nebetitef, born of Iutka.

An offering which the king gives through Osiris, Lord of Busiris, foremost of the westerners, Lord of Abydos. May he give offerings in the thousands of beer and bread and fowl.

On the back of the stela a letter has been written in ink. The letter was written by two men to the deceased lady Nebetitef. The first man, Merirtyfy, was probably her husband. The second man, Khuau, was her brother. Both men ask Nebetitef to fight on their behalf in the afterlife, against whatever supernatural beings were causing problems for them.

A communication by Merirtyfy to Nebetitef:

How are you? Is the west taking care of you [according to] your desire? Now since I am your beloved upon earth, fight on my behalf and intercede on behalf of my name. I did not garble [a spell] in your presence when I perpetuated your name upon earth. Remove the infirmity of my body! Please become a spirit for me [before] my eyes so that I may see you in a dream fighting on my behalf. I will then deposit offerings for you [as soon as] the sun has risen and will fill your offering table for you.

A communication by Khuau to his sister:

I have not garbled a spell in your presence, nor have I withdrawn offerings from you. Rather I have emptied out [for you my coffers]. Fight on my behalf and fight on behalf of my wife and children.

  1. E.F. Wente, ‘A misplaced letter to the dead’, Orientalia Lovaniensa Periodica 6/7 (Leuven 1975/76), 595-600.
  2. E.S. Meltzer, ‘The “misplaced letter to the dead,” and a stela, found again’, Presented at hte annual meeting of ARCE, Seattle, April 2008. https://www.academia.edu/9138477/The_Misplaced_Letter_to_the_Dead_and_a_Stela_Found_Again

*************************

Een zoekgeraakte brief teruggevonden

In 2009 schreef ik mijn bachelorscriptie over oud-Egyptische brieven aan doden.

In het oude Egypte werd geloofd dat doden voortleefden als geesten in het hiernamaals. Er werd aangenomen dat ze daarvandaan invloed konden uitoefenen op andere bovennatuurlijke wezens. Men ging ervan uit dat de wereld vol zat met geesten en demonen en goden en andere bovennatuurlijke wezens, die ziektes en andere problemen voor mensen konden veroorzaken. Mensen gingen naar de graven van hun overleden familie om hen offers te brengen en hun hulp te vragen bij deze problemen. Soms schreven ze zelfs een brief om er zeker van te zijn dat de boodschap bij de dode zou aankomen.

In één van de artikelen die ik bestudeerde (1) beschreef E.F. Wente een brief aan een gestorven familielid op de achterkant van een stèle uit de Eerste Tussenperiode. Hij had die stèle in 1958 gezien in een kantoor van het Cairo-museum, terwijl het werd goedgekeurd voor export door een antiquiteitenhandelaar. Wente transcribeerde de tekst van de brief en publiceerde die in 1975. Doordat hij geen camera bij zich had om foto’s te maken, was de transcriptie het enige waar hij mee kon werken. Over de andere kant van het object was niet veel bekend. De stèle is daarna verkocht aan een privé-collectie, waarschijnlijk in Amerika.

Het probleem met objecten die aan privé-collecties verkocht worden is dat Egyptologen vaak niet eens weten dat ze bestaan, of niet weten waar ze zijn en geen gelegenheid krijgen om ze te bestuderen en fatsoenlijk te publiceren.

Maar het goede nieuws is dat deze stèle weer tevoorschijn is gekomen. Mijn geweldige mede-Egyptologe Amy Butner heeft me net verteld dat hij zich nu bevindt in de collectie van het Michael C. Carlos-museum van de Emory-universiteit in Atlanta, Georgia, waar hij sinds 2014 is. Hier zijn wat foto’s.

Op http://www.academia.edu heb ik een artikel over deze stèle (2) gevonden van E.S. Meltzer (2008). Hij schrijft dat hij de brief terugvond toen hij een stèle bestudeerde die was aangekocht door de Harer Family Trust-collectie.

De stèle was gemaakt voor een dame die Nebetitef heette. Op de voorkant van de stèle is zij afgebeeld in verf, terwijl ze in haar rechterhand een ankh vasthoudt, en met haar linkerhand een lotusbloem naar haar neus brengt.

Rond haar afbeelding staat de volgende offerformule:

Een offer dat de koning geeft en [de gift van] Anubis, heer van Sepa, [van] een goede begrafenis in het graf, [voor] de geëerde bij Hathor, Nebetitef, geboren uit Iutka.

Een offer dat de koning geeft door Osiris, heer van Busiris, voorste van de westerlingen, heer van Abydos. Moge hij offers geven bestaand uit duizendtallen van bier, brood en gevogelte.

Op de achterkant van de stèle is in inkt een brief geschreven. De brief is door twee mannen geschreven aan de overleden dame Nebetitef. De eerste man, Merirtyfy, was waarschijnlijk haar echtgenoot. De tweede man, Khuau, was haar broer. Beide mannen vragen Nebetitef om voor hun belangen te vechten in het hiernamaals, tegen welke bovennatuurlijke wezens dan ook die problemen voor hen hadden veroorzaakt.

Een bericht van Merirtyfy aan Nebetitef:

Hoe gaat het met jou? Zorgt het westen goed voor jou [volgens] jouw wensen? Nu, omdat ik jouw geliefde op aarde ben, vecht voor mijn belang en oefen invloed uit voor mijn naam. Ik heb geen spreuk verkeerd uitgesproken in jouw aanwezigheid terwijl ik je naam op aarde deed voortleven. Verwijder de ziekte uit mijn lichaam! Word alsjeblieft een geest voor mij [voor] mijn ogen, zodat ik je moge zien in een droom terwijl je voor mijn belang vecht. Ik zal dan offers voor je brengen [zodra] de zon is opgekomen en ik zal je offertafel voor je vullen.

Een bericht van Khuau aan zijn zuster:

Ik heb geen spreuk verkeerd uitgesproken in jouw aanwezigheid, noch heb ik offers van je weggenomen. In tegendeel, ik heb [voor jou mijn voorraden] geleegd. Vecht voor mijn belang en vecht voor mijn vrouw en kinderen.

  1. E.F. Wente, ‘A misplaced letter to the dead’, Orientalia Lovaniensa Periodica 6/7 (Leuven 1975/76), 595-600.
  2. E.S. Meltzer, ‘The “misplaced letter to the dead,” and a stela, found again’, Presented at hte annual meeting of ARCE, Seattle, April 2008. https://www.academia.edu/9138477/The_Misplaced_Letter_to_the_Dead_and_a_Stela_Found_Again

chevrier ab

And here is the other special topic I came to Karnak to explore: Let me present to you what remains of the Seven Hathors in Karnak. Here are some of my photos.

This group is not depicted in the main temple of Karnak, but in the very small chapel J in the north east corner of the complex, to the west of the Osiris chapel. The chapel is usually referred to as the chapel of Osiris wp išd, because that text has been discovered inside it. Redford (1986) has identified this chapel as the ‘temple of Isis of the Great Mound’, which was built by Hory, who was a priest of Amun around the time of Osorkon II (22nd dyn.) and Takelot II and Pedubast I (early 23rd dyn). Of this chapel only a few rows of blocks remain, and only a few pieces of relief, which are not in the best condition. But the very interesting thing is that one of these reliefs depicts the seven Hathors.

The Hathors were said to appear at the birth of a child in order to foretell its fate. In fairy tales this fate could be either good or bad. In a temple context the Hathors come to foretell the fate of a god or a king. In such cases their predictions are always positive, because that fits into the ideology of the temple. They are accompanied by music and singing and dancing.

The first Hathor is shown playing two sistra, and the ladies behind her, as far as they are still visible, are playing tambourines. There are a few captions left, which identify them as Hathors from different sanctuaries. The second lady is called Hathor, lady of Heracleopolis Magna, the fourth is called Hathor, lady of the Southern Sycomore, the fifth is called Hathor, lady of the Red Lake and the sixth is called Hathor, lady of Es-Siririya. The names of the other ladies are lost.

Before the Hathors stands a priest wearing a leopard skin and carrying a Horus falcon on a standard. Opposite this group is a baboon, of which only the lower half is visible, and behind the baboon there is a male figure which is too damaged to be identified. This is where the piece of incised stone ends, but there seems to be enough space on the wall for there to have been another figure behind him. It is likely that the Hathors are playing their music for a god. Since the relief is in Karnak and the Hathors are usually associated with childbirth, a likely candidate would be Khonsu, the child of the Theban gods Amun and his wife Mut. Khonsu can sometimes be depicted as a baboon.

According to Redford this is the ‘temple of Isis of the Great Mound’, which was associated with the burial place of Osiris. In a text describing that building, it is called the msxn.t (birth place?) of Atum and the island of Re at the beginning, where Amun passes by (in proces­sion) in his feast of the first of šmw, which appears to have had solar and Osirian connections. That may suggest a variety of other child gods.

 

This little chapel, consisting of only two rooms, was excavated and restored in 1950. The 1951 publications by Chevrier and Leclant show photos of a reasonably well-preserved relief.

Philippe Gossaert went to Karnak in 2012 and published some new photos on the web forum Per Kemet (www.perkemet.be). These show that one of the top blocks, showing the upper halves of the second, third and fourth Hathor, is now missing.

I went to Karnak last week, and I can confirm that this block is still missing. I took a walk around the chapel and had a good look at the blocks in the vicinity, but I couldn’t find anything like the block in the photos. Is it still somewhere in the Karnak precinct? If so, who moved it, and why?

Furthermore, at first glance it seemed that the block to the right of it, with the remaining tops of the fifth, sixth and seventh Hathor was now also missing. Then, to my relief, I noticed that this block is now lying on the floor in front of the wall, upside down, and propped up on a couple of pieces of concrete. So it’s not exactly where it’s supposed to be, but at least it still exists. And who knows, at some point someone may take the trouble of restoring it to its place on the wall …

 

Literature

  • Chevrier, H., ‘Rapport sur les Travaux de Karnak, 1950-1951’, ASAE 51 (1951) 554, pl. II.1.
  • Guglielmi, W., Die Göttin Mr.t. Entstehung und Verehrung einer Personifikation (Leiden – New York – Copenhagen – Cologne 1991) 95 note 218.
  • Leclant, J., ‘Fouilles ets travaux en Égypte 1950-1951’, Orientalia, Nova Series 20 (1951) 463, pl. 53 [15].
  • http://www.perkemet.be/viewtopic.php?f=12&t=2741
  • Porter, B, R.L.B. Moss, Topographical Bibliography of ancient Egyptian hieroglyphic texts, reliefs, and paintings II, Theban Temples (Oxford 1972) 204 (7). The depiction of the seven Hathors is not on wall 7 but on wall 6 of the plan in Porter & Moss.
  • Redford, D.B., ‘New Light on Temple J at Karnak’, Orientalia 55 (1986) 1-15.
  • Rochholz, M., Schöpfung, Feindvernichtung, Regeneration. Untersuchung zum Symbolgehalt der machtgeladenen Zahl 7 im alten Ägypten (Wiesbaden 2002) 72 (Doc 39).

 

**************************************************

De Zeven Hathoren van Karnak

En hier is het andere speciale onderwerp dat ik in Karnak kwam onderzoeken. Laat me de resten presenteren van de Zeven Hathoren in Karnak. Hier zijn een aantal van mijn foto’s.

Deze groep is niet afgebeeld in de hoofdtempel van Karnak, maar in het kleine kapelletje J in de noordoosthoek van het complex, ten westen van de Osiriskapel. De kapel wordt meestal de kapel van Osiris wp išd genoemd, omdat die tekst erin aangetroffen is. Redford (1986) heeft dit kapelletje geïdentificeerd als de ‘tempel van Isis van de Grote Heuvel’ die gebouwd werd door Hory, een priester van Amon rond de tijd van Osorkon II (22e dynastie) en Takelot II en Pedubastis I (vroege 23e dynastie). Van het kapelletje zijn nog maar een paar rijen blokken over, en nog maar een paar stukjes reliëf, die niet in een goede staat zijn. Maar het zeer interessante ding is dat één van die reliëfs de zeven Hathoren afbeeldt.

Van de Hathoren werd gezegd dat ze verschenen bij de geboorte van een kind, om diens lot te voorspellen. In sprookjes kon dit lot zowel goed als slecht zijn. In een tempelcontext komen de Hathoren om het lot van een god of koning te voorspellen. In zulke gevallen zijn hun voorspellingen altijd positief, omdat dat past binnen de ideologie van de tempel. Ze worden begeleid door muziek en zang en dans.

De eerste Hathor is afgebeeld met twee sistra, en de dames achter haar, voor zover ze nog zichtbaar zijn, spelen tamboerijn. Er zijn een paar bijschriften bewaard gebleven, die hen identificeren als Hathoren van verschillende heiligdommen. De tweede dame heet Hathor, meesteres van Heracleopolis Magna, de vierde heet Hathor, meesteres van de Zuidelijke Sycomore, de vijfde heet Hathor, meesteres van het Rode Meer en de zesde heet Hathor, meesteres van Es-Siririya. De namen van de andere dames zijn verloren gegaan.

Voor de Hathoren staat een priester in een luipaardvel die een Horusvalk op een standaard draagt. Tegenover deze groep staat een baviaan, waarvan alleen de onderste helft zichtbaar is, en achter de baviaan staat een mannelijke figuur die te beschadigd is voor identificatie. Dit is waar het stuk bewerkte steen eindigt, maar er lijkt op de muur genoeg ruimte te zijn voor nog een figuur er achter. Het is waarschijnlijk dat de Hathoren hun muziek spelen voor een god. Omdat het reliëf in Karnak is en de Hathoren meestal geassocieerd zijn met geboorte, zou Chonsoe een logische kandidaat zijn, als kind van de Thebaanse goden Amon en zijn vrouw Moet. Chonsoe kan soms afgebeeld worden als een baviaan.

Volgens Redford is dit de ‘tempel van Isis van de Grote Heuvel’, die werd geassocieerd met de begraafplaats van Osiris. In een tekst over dat gebouw wordt het omschreven als de msxn.t (geboorteplaats?) van Atoem en het eiland van Re bij het begin, waar Amon voorbijgaat (in processie) bij zijn feest van de eerste (dag) van šmw, dat connecties schijnt te hebben gehad met de zon en met Osiris. Dat zou nog een aantal andere kindgoden kunnen suggereren.

 

Dit kleine kapelletje, dat uit slechts twee ruimtes bestaat, is in 1950 opgegraven en gerestaureerd. In de publicaties uit 1951 van Chevrier en Leclant staan foto’s van een redelijk goed bewaard gebleven reliëf.

Philippe Gossaert is in 2012 in Karnak geweest en heeft nieuwe foto’s gepubliceerd op het webforum Per Kemet (www.perkemet.be). Die laten zien dat één van de bovenste blokken, dat de bovenste helft afbeeldt van de tweede, derde en vierde Hathor, nu ontbreekt.

Ik ben vorige week naar Karnak geweest, en ik kan bevestigen dat dit blok nog steeds ontbreekt. Ik heb een wandelingetje om het kapelletje gemaakt en goed gekeken naar de blokken die in de buurt liggen, maar ik kon niets vinden dat lijkt op het blok op de foto’s. Is het nog ergens in het Karnak-complex? En zo ja, wie heeft het verplaatst, en waarom?

Daarnaast leek het er op het eerste gezicht even op dat het blok daar rechts van, met de resterende bovenhelften van de vijfde, zesde en zevende Hathoren, ook zoek was. Toen zag ik tot mijn opluchting dat dit blok nu op de grond voor de muur ligt, ondersteboven, en uitgestald op een paar stukken beton. Dus het is niet helemaal waar het zou moeten zijn, maar in elk geval bestaat het nog. En wie weet, misschien gaat iemand ooit nog eens de moeite nemen om het terug te plaatsen waar het thuishoort op de muur.

 

Literatuur

  • Chevrier, H., ‘Rapport sur les Travaux de Karnak, 1950-1951’, ASAE 51 (1951) 554, pl. II.1.
  • Guglielmi, W., Die Göttin Mr.t. Entstehung und Verehrung einer Personifikation (Leiden – New York – Copenhagen – Cologne 1991) 95 note 218.
  • Leclant, J., ‘Fouilles ets travaux en Égypte 1950-1951’, Orientalia, Nova Series 20 (1951) 463, pl. 53 [15].
  • http://www.perkemet.be/viewtopic.php?f=12&t=2741
  • Porter, B, R.L.B. Moss, Topographical Bibliography of ancient Egyptian hieroglyphic texts, reliefs, and paintings II, Theban Temples (Oxford 1972) 204 (7). The depiction of the seven Hathors is not on wall 7 but on wall 6 of the plan in Porter & Moss.
  • Redford, D.B., ‘New Light on Temple J at Karnak’, Orientalia 55 (1986) 1-15.
  • Rochholz, M., Schöpfung, Feindvernichtung, Regeneration. Untersuchung zum Symbolgehalt der machtgeladenen Zahl 7 im alten Ägypten (Wiesbaden 2002) 72 (Doc 39).

 

Karnak

144b

On wednesday December 23rd, in the middle of the night, I arrived at the Marsam Hotel in Luxor, a charming hotel with a beautiful garden terrace, located on the west bank of the Nile, just below the Qurna mountain and wedged between the mortuary temple of Merenptah and the area which used to be the gigantic mortuary temple of Amenhotep III, the entrance of which is still marked by the enormous Memnon colosses. On the way to the hotel I enjoyed a spectacular view of the hills where the tombs are located, draped in dramatic lighting.

In the morning, at breakfast time, I had a nice conversation with a German father and two daughters who were impatiently waiting to eat because they wanted to leave at 7 o’clock for an excursion. I told them that I was planning to cross to the east bank to visit Karnak, and they taught me that it’s easy and cheap to take a local mini van from the hotel down to the Nile. So after breakfast I did just that, and then crossed the Nile on the local ferry. The ferry lands next to the Luxor temple, and from there I decided to walk along the Korneesh (Nile boulevard) to Karnak. It was between 8 and 9 in the morning, and it was a lovely sunny walk, where most of the way I only saw a few local people and hardly any people trying to sell me things.

In Karnak I took a leisurely walk through most of the complex, taking a lot of photos. Apart from all the other beautiful things to see there, I especially enjoyed looking at the long rows of loose blocks with beautiful relief fragments on them. They brought my mind back to the Dakhla oasis, where we worked on the puzzle of blocks that used to be the Thoth temple of Amheida. There, we had some blocks with just a few lines on them, which sometimes makes it very difficult to determine exactly what is depicted on them. Here in Karnak, most of the blocks on display have very clear images, which are easier to identify.

But what I especially came to Karnak for were a few reliefs that I have described in papers I wrote during my Egyptology studies.

One of these reliefs is in room XV A, a chapel to the north of the bark chapel. It includes an image of Amenhotep, son of Hapu, about whom I wrote a thesis in my first year.

Amenhotep, son of Hapu was a high official during the reign of Amenhotep III, and he was responsible, among other things, for the construction of the king’s mortuary temple and the Memnon colosses. He also built an impressively large mortuary temple for himself, which is now completely lost, unfortunately. He also had a few statues of himself placed in the Karnak temple complex, which are now in the Egyptian Museum in Cairo. On one of these statues he placed a text offering his services as an intermediary in the afterlife, to help people who had problems (illnesses, for instance) that they assumed to have been caused by supernatural influences. Dead people were assumed to have the same status and influence in the afterlife as they had in their life on earth.

This statue shows signs that many people came to touch it and pray to it, in the hope of receiving Amenhotep’s help. Eventually this led to him being elevated to the status of a local saint. After this, he became associated with the famous Imhotep, the architect of the Djoser step pyramid. Imhotep had also attained the status of a saint who could be asked for help with problems of a supernatural nature. He was often referred to as the son of the god Ptah. In the Ptolemaic period, both Amenhotep, son of Hapu and Imhotep, son of Ptah became associated with the greek god of medicine, Asklepios.

At the time of Ptolemy IX, Imhotep and Amenhotep were depicted inside the Karnak temple. The pharaoh is shown offering incense to the god. The god Ptah promises him the land of Punt in return. Imhotep and Amenhotep are shown as small figures standing between them, as a kind of intermediaries for the god.

The relief was difficult to photograph though, because there was a scaffold in front of it. Here you can find some of my photos and a drawing of the relief.

****************************************************************

Op woensdag 23 december, midden in de nacht, kwam ik aan in het Marsam Hotel in Luxor, een charmant hotel met een prachtig tuinterras, op de westoever van de Nijl, vlak onder de berg van Qurna en ingeklemd tussen de dodentempel van Merenptah en het gebied dat vroeger de gigantische dodentempel van Amenhotep III was, waarvan de ingang nog wordt gemarkeerd door de enorme Memnon-kolossen. Op weg naar het hotel genoot ik van een spectaculair uitzicht op de heuvels waar de graven liggen, gedrapeerd in dramatische verlichting.

’s Morgens, ontbijttijd, had ik een gezellig gesprek met een Duitse vader en twee dochters die ongeduldig wachtten tot ze konden eten omdat ze om 7 uur weg wilden voor een excursie. Ik vertelde dat ik van plan was om over te steken naar de oostoever om Karnak te bezoeken, en zij leerden me dat het makkelijk en goedkoop is om een lokaal minibusje te nemen van het hotel omlaag naar de Nijl. Dus na het ontbijt deed ik dat en stak ik de Nijl over op de lokale veerboot. De veerboot landt naast de Luxortempel, en daarvandaan besloot ik te gaan wandelen langs de Korneesh (Nijlboulevard) naar Karnak. Het was tussen 8 en 9 ’s ochtens en het was een mooie zonnige wandeling, waar ik het grootste deel alleen een paar plaatselijke bewoners zag, en bijna geen mensen die probeerden me iets te verkopen.

In Karnak maakte ik een rustige wandeling door het grootste deel van het complex en maakte ik heel veel foto’s. Naast alle andere prachtige dingen die je kunt zien, vond ik het vooral leuk om de lange rijen losse blokken te bekijken waar fraaie relieffragmenten op staan. Die herinnerden me aan de Dachla-oase, waar we hebben gewerkt aan de puzzel van blokken die vroeger de Thot-tempel van Amheida was. Daar hadden we sommige blokken met maar een paar lijnen erop, wat het soms moeilijk maakt om te beoordelen wat er precies op is afgebeeld. Hier in Karnak hebben de meeste blokken die tentoongesteld zijn hele duidelijke afbeeldingen die makkelijker te identificeren zijn.

Maar waar ik speciaal voor naar Karnak gekomen was, waren een aantal reliëfs die ik beschreven heb in papers die ik tijdens mijn Egyptologie-studie heb geschreven.

Eén van die reliëfs is in kamer XV A, een kapel ten noorden van de barkkapel. Dat reliëf bevat een afbeelding van Amenhotep, zoon van Hapoe, over wie ik een propedeusescriptie heb geschreven in mijn eerste jaar.

Amenhotep, zoon van Hapoe was een hoge ambtenaar tijdens de regering van Amenhotep III, en hij was onder andere verantwoordelijk voor de aanleg van de dodentempel van de farao en de Memnon-kolossen. Hij bouwde ook een opvallend grote dodentempel voor zichzelf, die helaas nu helemaal verdwenen is. Hij liet ook een aantal standbeelden van zichzelf in het Karnak-tempelcomplex plaatsen, die nu in het Egyptisch Museum in Cairo staan. Op één van die beelden zette hij een tekst waarin hij zijn diensten aanbood als tussenpersoon in het hiernamaals, om mensen te helpen die problemen (zoals ziektes) hadden, waarvan ze vermoedden dat die door bovennatuurlijke invloeden waren veroorzaakt. Van de doden werd verondersteld dat ze in het hiernamaals dezelfde status en invloed zouden hebben als ze in het leven op aarde hadden gehad.

Dit beeld vertoont tekenen dat veel mensen erheen kwamen om het aan te raken en er hun gebeden toe te richten, in de hoop dat ze hulp van Amenhotep zouden krijgen. Uiteindelijk leidde dat ertoe dat hij werd verheven tot de status van een plaatselijke heilige. Daarna werd hij in verband gebracht met de beroemde Imhotep, de architect van de trappenpiramide van Djoser. Imhotep had ook de status van een heilige bereikt aan wie hulp kon worden gevraagd voor problemen van een bovennatuurlijke aard. Hij werd vaak de zoon van de god Ptah genoemd. In de Ptolemeïsche tijd werden zowel Amenhotep, zoon van Hapoe als Imhotep, zoon van Ptah in verband gebracht met de griekse god van de geneeskunst, Asklepios.

In de tijd van Ptolemaeüs IX werden Imhotep en Amenhotep afgebeeld in de Karnaktempel. De farao is afgebeeld terwijl hij wierook offert aan de god. De god Ptah belooft hem het land van Poent als tegenprestatie. Imhotep en Amenhotep zijn afgebeeld als kleine figuurtjes die naast hem staan, als een soort tussenpersonen voor de god.

Het reliëf was wel moeilijk te fotograferen, want er stond een steiger voor. Hier kun je een aantal van mijn foto’s vinden en een tekening van het reliëf.

Our Leiden Professor of Egyptology has given a TEDx talk about his field work in the Dakhla oasis in Egypt, where I had the great honour of being an assistant epigrapher for one season in 2012.

The discovery of a large number of blocks from a Thoth temple in Amheida (the Roman city of Trimithis) has yielded new information about the relatively unknown pharaoh Petubastis IV.

This pharaoh may have played an important role in Herodotus’ famous story of Cambyses’ army of 50,000 men, who travelled into the desert and were never seen again.

Not only is this a talk about amazing discoveries in Egyptology, but also about why it’s cool to be an Egyptologist!

*******************************

Onze Leidse professor Egyptologie heeft een TEDx-lezing gegeven over zijn veldwerk in de Dakhla-oase in Egypt, waar ik de grote eer had om één seizoen in 2012 een assistent-epigraaf te zijn.

De ontdekking van een groot aantal blokken van een Thot-tempel in Amheida (de Romeinse stad Trimithis) heeft nieuwe informatie opgeleverd over de relatief onbekende farao Petubastis IV.

Deze farao heeft mogelijk een belangrijke rol gespeeld in het beroemde verhaal van Herodotus over Kambyses’ leger van 50.000 man, die de woestijn in trokken en nooit meer teruggezien zijn.

Niet alleen is dit een lezing over geweldige ontdekkingen in de Egyptologie, maar ook over waarom het cool is om een egyptoloog te zijn!